16 februari 2017

Beste ouder(s)/verzorger(s),


De ‘Cito-toetsperiode’ is net weer achter de rug. Meten is weten. Dit motto geldt ook voor het basisonderwijs. Toetsen zijn belangrijke instrumenten om de ontwikkeling van leerlingen te volgen, het onderwijsaanbod daarop af te stemmen en de effecten van het onderwijs te meten. Maar welke toetsen zijn er allemaal? En welke verschillende functies hebben deze toetsen? En hoe kan het dat mijn kind hoog scoort op de toetsen van de methode, maar minder goed op de toetsen van Cito? Middels deze informatiebrief hoop ik op deze vragen een stukje duidelijkheid te kunnen verschaffen.
 
  1. Wat meten de Cito-toetsen?
Twee keer per jaar worden de Cito-toetsen afgenomen. In januari/februari de M-toets (midden) en in juni de E-toets (eind). Cito heeft toetsen voor schoolse vaardigheden ontwikkelt: begrijpend en technisch lezen, rekenen, spelling en studievaardigheden. De toetsen bevatten lesstof van het afgelopen (school)halfjaar. Cito-toetsen zijn vaardigheidstoetsen. Dit betekent dat ze opgaven op een gemiddeld niveau bevatten, maar ook opgaven die kinderen met een lager niveau goed kunnen maken én wat moeilijkere opgaven. De uitkomsten geven een beeld van het niveau van de leerlingen (aangeduid met niveau I t/m niveau V). Doordat de toetsen zijn genormeerd kan een school de resultaten van een leerling of groep afzetten tegen de resultaten van andere leerlingen in Nederland die in dezelfde groep zitten. Ook zijn de toetsen van één leergebied aan elkaar gekoppeld; de score van verschillende leerjaren kun je met elkaar vergelijken. Zo wordt direct duidelijk of de leerling vooruit of achteruit is gegaan, of dat de ontwikkeling op een bepaald vakgebied is gestagneerd. De groei van elk kind wordt hiermee in beeld gebracht. Daarnaast wordt de toets ook gebruikt als signaleringsinstrument: welk leergebied heeft extra aandacht nodig? En wat heeft/hebben de leerling(en) (extra) nodig?
De Cito-toetsen zijn landelijk genormeerd. Dit betekent dat elk individuele score afgezet kan worden tegen een landelijke rangorde. De landelijke rangorde heeft Cito verdeeld in 5 niveaus. Daarbij gebruikt Cito twee niveauaanduidingen: niveau A – E en niveau I – V. Als school hanteren wij niveau I – V. Voor meer informatie over deze niveauaanduiding verwijs ik u naar ‘Uw kind duidelijk in beeld. Informatiefolder voor ouders’ (zie bijlage).
 
  1. Wat meten de methode-toetsen?
Methode-toetsen zijn beheersingstoetsen. Dat wil zeggen dat we er van uit kunnen gaan dat het grootste deel van de kinderen de toets (bijna) foutloos kan maken. Methode-toetsen zijn toetsen die de uitgeverij bij haar methode levert. Deze toetsen controleren na ieder blok (hoofdstuk of thema) of het kind de lesstof uit het afgelopen blok goed heeft opgepikt (meestal duurt zo’n blok 6 weken). Zo ja, dan weet de leerkracht dat hij door kan gaan met het volgende blok. Zo nee, dan is extra oefening en instructie nodig. De methode-toetsen staan los van elkaar. Elke toets kan weer over hele andere lesstof gaan. Ze zijn dan ook niet bedoeld om uitspraken over de groei van een kind te doen. Methode-toetsen ondersteunen de leerkracht het hele jaar door om het onderwijsaanbod te evalueren en om dit aanbod bij te sturen als dat nodig is.
  1. Wat is het verschil tussen de Cito-toetsen en de methode-toetsen?
De Cito-toets meet een schoolse vaardigheid als geheel (lange termijn). Een methode-toets meet (onderdelen van) een schoolse vaardigheid die net aan bod zijn geweest (korte termijn). Waar een methode-toets vrijwel door iedereen goed wordt gemaakt, bevat een Cito-toets opgaven van uiteenlopende moeilijkheidsgraad. Zo komen verschillen tussen leerlingen meer naar voren en wordt ook nog meer duidelijk wat elk kind nodig heeft (extra ondersteuning of juist extra uitdaging). Een Cito-score van IV of V betekent weliswaar een beneden gemiddelde score, maar in de praktijk kunnen deze kinderen vaak goed meedoen met het groepsaanbod. De Cito-toets heeft opgaven waarin meerdere vaardigheden met elkaar worden gecombineerd, of kan vaardigheden toepassen in een nieuwe context, of vaardigheden vragen die al langer geleden aangeleerd zijn.
Cito-toetsen zijn landelijk genormeerd. Een methode-toets heeft doorgaans geen landelijke vergelijkingsnorm. Bij een methode-toets formuleren de makers van de methode vaak zelf richtlijnen (bijv. dat de beheersing voldoende is als acht van de tien vragen goed zijn gemaakt). De Cito-toetsen worden voor de uitgave bij een grote representatieve groep leerlingen afgenomen om zo de landelijke verdeling van de scores vast te stellen. Er is dan ook geen sprake van ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’. De leerkracht kan de toetsuitslagen gebruiken om vast te stellen hoe een leerling scoort ten opzichte van alle andere kinderen in Nederland die dezelfde toets hebben gemaakt.
 
  1. Wat betekent het als mijn kind laag scoort op een Cito-toets en hoog scoort op een methode-toets (of andersom)?
De leerkracht evalueert de toetsresultaten meerdere keren per jaar. Een verschil in resultaat tussen de Cito- en methode-toets kan van alles betekenen en de resultaten worden dan ook altijd geanalyseerd door de leerkracht. De uitslag van één of enkele toetsen zegt weinig en is slechts een momentopname. Maar de uitslagen van verschillende soorten toetsen door het jaar heen geven een goed beeld van het kunnen van een leerling. De combinatie van Cito-toetsen, methode-toetsen en observaties in de klas stelt de leerkracht in staat om een betrouwbaar en compleet beeld te krijgen van de vorderingen van de leerling. Methode-toetsen zijn geschikt om vast te stellen of de zojuist aangeboden leerstof voldoende aan bod is geweest. Cito-toetsen helpen om in kaart te brengen of kennis en vaardigheden in de tijd beklijven, of dat leerlingen al meer beheersen dan is aangeboden in de les en of de leerlingen voldoende groei doormaken. Verschil kan dus ook ontstaan doordat de Cito-toetsen opgaven bevatten op een lager en hoger niveau dan het onderwijsaanbod  van de afgelopen periode. Een Cito-toets bevraagt dus meer een andere leerstof dan in de lessen wordt aangeboden. Verschil in resultaat is dus goed mogelijk.
In de analyse wordt bijvoorbeeld gekeken of er sprake is van algemene uitval op de gehele toets of specifieke uitval binnen een bepaalde categorie (een rekencategorie is bijvoorbeeld ‘optelsommen’; een spellingcategorie is bijvoorbeeld de ‘d of t aan het eind’); Hoe wordt het dagelijks werk van de leerling gemaakt; Valt de leerling structureel uit of is er sprake van een incident. Aan de hand van alle verkregen informatie stelt de leerkracht vast wat de leerling de komende periode nodig heeft.
 
 
  1. Kun je leerlingen gericht voorbereiden op de Cito-toetsen?
Nee. Een Cito-toets meet het niveau dat bij een bepaalde leeftijd hoort en sluit aan bij veelgebruikte methodes. De toetsen bevatten enkele opgaven die nog niet aan bod zijn geweest om leerlingen te signaleren die wat extra’s aankunnen. In de meeste gevallen spreekt de vraagvorm in de toetsen voor zich. De voorbeeldopgaven in de toets bereiden de leerlingen voldoende voor op de toets. Als een leerkracht vermoedt dat de vraagvorm te onbekend is voor een leerling, besteedt hij/zij hier vooraf aandacht aan door gezamenlijk te oefenen.
 
  1. Kun je leerlingen gericht voorbereiden op de methode-toetsen?
Ja. De leerstof die getoetst wordt is van tevoren bekend bij de leerlingen. Door extra uitleg te vragen in de les en door veel te oefenen kan de leerling zijn scores verbeteren. Alle lessen bereiden de leerlingen voor op de methodetoets. Uiteraard is het niet de bedoeling om specifieke opgaven uit de toets te oefenen.
 
  1. Moet de methode voorbereiden op een Cito-toets?
Nee. De Cito-toets staat los van een methode. Door de verschillende uitgangspunten en functies van een methode-toets en een Cito-toets (zie punt 3), zijn de inhouden niet per sé gelijk. Wel is er grote overeenstemming omdat beide toetsen aansluiten bij de kerndoelen (tule.slo.nl).
 
Mocht u over bovenstaande graag meer informatie ontvangen of vragen hebben, dan kunt u in de eerste plek altijd terecht bij de leerkracht(en) van uw kind. U mag uw vragen ook aan mij stellen. Op woensdag en donderdag ben ik aanwezig op OBS de Octopus en ik ben bereikbaar via het volgende e-mailadres: a.fokkema@lauwerseneems.nl

Met vriendelijke groet,
Aukje Fokkema
(intern begeleider)
 
Bronnen:
Hollenberg, J. (2016). Methodegebonden toetsen versus methodeonafhankelijke toetsen. Praxisbulletin, 34 (2), 14 – 17
 
Uw kind duidelijk in beeld. Informatiefolder voor ouders (2015). Primair en speciaal onderwijs.
 
Veelgestelde vragen over methode- en methodeonafhankelijke toetsen in het basisonderwijs. Groep Educatieve Uitgeverijen/Cito.

Bijlage Cito ouderfolder. (zie punt 1)