Inspectieonderzoek

Bevindingen uit het inspectierapport van november 2014

Algemeen beeld

Uit het rapport valt op te maken dat op o.b.s. De Octopus de kwaliteit van het onderwijs op de meeste onderzochte indicatoren op orde is. Ondanks wisselingen in aansturing en teamsamenstelling slaagt de school erin om de basiskwaliteit van het onderwijs te continueren. Het team is tevreden over de huidige aansturing en werkt in een positieve sfeer aan verdere kwaliteitsverbetering. Verbeterpunten liggen op het terrein van afstemming en zorg, en bij het schoolbeleid op het gebied van burgerschap en sociale veiligheid. In het schooljaarplan komen onder meer deze punten aan de orde, waaruit blijkt dat de school zicht heeft op haar eigen kwaliteit.
Hieronder volgt een toelichting op dit oordeel.
Toelichting:
Onderwijsresultaten
Zowel de eindresultaten als de resultaten tijdens de schoolperiode zijn voldoende. Dit geldt ook voor de sociale competenties. Voor het beoordelen van de resultaten aan het eind van de schoolperiode kijkt de inspectie naar de gemiddelde eindtoetsscores van de leerlingen in de afgelopen drie schooljaren. In alle drie jaren (2014, 2013, 2012) voldoen deze scores en liggen boven de ondergrens die de inspectie aanhoudt. De resultaten tijdens de schoolperiode beoordeelt de inspectie op grond van de resultaten voor vijf toetsen van het leerlingvolgsysteem, namelijk technisch lezen in groep 3 en 4, begrijpend lezen in groep 6, en rekenen en wiskunde in groep 4 en 6. De resultaten van groep 6 zijn niet voldoende, die van de groepen 3 en 4 wel. Afgelopen schooljaar gebruikte de school voor het eerst een genormeerd instrument voor het volgen van het welbevinden en de sociale competenties van de leerlingen. Uit de resultaten blijkt dat de sociale competenties aan het eind van de schoolperiode op het verwachte niveau liggen.
Leerstofaanbod
De kwaliteit van het leerstofaanbod is voldoende. De school gebruikt geschikte methoden en materialen die de kerndoelen dekken. 001< de doorgaande lijn tussen de kleutergroepen en de groepen 3 tot en met 8 is voldoende gewaarborgd door de tussendoelen die de leraren in groep 1 en 2 als basis gebruiken voor hun lessen. De samenhang en opbouw in het aanbod voor de kleutergroepen - dat de leraren uit diverse bronnen betrekken vraagt nog wel de nodige aandacht. Burgerschap en sociale integratie komen in het onderwijs op o.b.s. De Octopus voldoende aan de orde en leraren vertonen voldoende voorbeeldgedrag, maar een systematische opbouw of methode hiervoor ontbreekt nog. Ook zijn er weinig mogelijkheden voor leerlingen om burgerschap in praktijk te brengen, bijvoorbeeld via een leerlingenraad.
Schoolklimaat 
Enkele indicatoren (4.4 en 4.5) van het schoolklimaat zijn als onvoldoende beoordeeld vanwege het ontbreken van levend beleid. De leraren en leerlingen op de school gaan over het algemeen respectvol met elkaar om en de school hanteert een pestprotocol voor het afhandelen van incidenten. Het veiligheidsbeleid gericht op het voorkomen van incidenten is verouderd en bij de meeste leraren niet bekend. In 2013 zijn enquêtes afgenomen bij leerlingen, ouders en personeel. Echter deze enquêtes worden slechts eens per vier jaar afgenomen, terwijl voor personeel en leerlingen een cyclus van twee jaar nodig is om voldoende inzicht te krijgen in de veiligheidsbeleving. Ook beschikt de school niet over een incidentenregistratie.
Didactisch handelen, afstemming en tijd
De kern van het didactisch handelen van de leraren is op orde. Over het algemeen leggen de leraren de leerstof duidelijk uit, organiseren de leeractiviteiten efficiënt en houden de leerlingen voldoende betrokken. Er zijn wel verschillen tussen leraren; verbeterpunten zijn onder meer: nagaan of de leerlingen de uitleg begrijpen en stimuleren van interactie tussen leerlingen. In de meeste geobserveerde lessen richten de leraren zich lange tijd op de hele groep, waardoor de aandacht van sommige leerlingen na een poosje afdwaalt. De verlengde instructies voor kleinere groepen leerlingen zijn vaak niet meer dan een herhaling van de klassikale instructie of begeleide inoefening; ze helpen in die gevallen onvoldoende om de leerstof te leren beheersen. Door werkvormen af te wisselen en meer werk te maken van afstemming van de instructie, kunnen de betrokkenheid en het leren van de leerlingen versterkt worden. Overigens heeft de school voldoende methoden en materialen beschikbaar om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen; ook stemmen de leraren de verwerkingsopdrachten en onderwijstijd voldoende af op de behoeften van de leerlingen.
Zorg en begeleiding
De school kent een duidelijke structuur voor toetsen en observeren en voor de organisatie van de leerlingenzorg. De inhoudelijke kwaliteit van de zorg moet verbeterd worden om de acties van de leraren meer te sturen. De school gebruikt informatie uit onder meer genormeerde toetsen en het kleuterobservatiesysteem om de ontwikkeling van de leerlingen te volgen. Analyse van de toetsgegevens leidt tot beslissingen over welke leerlingen extra zorg of extra uitdaging nodig hebben. Ook bij de evaluaties van de groepsplannen waarin de zorg is vastgelegd, wordt dit type informatie gebruikt. De groepsplannen geven voor groepjes leerlingen aan of ze een meer of minder intensieve instructie nodig hebben. Een analyse van de oorzaken van de achterstanden of problemen van leerlingen ontbreekt echter als basis voor een keuze van een bepaalde aanpak (indicator 8.2). De leraren hebben daarnaast te weinig vastgelegd welke doelen ze precies nastreven voor de (individuele) leerlingen en welke aanpak ze daarbij kiezen. Daardoor zijn de groepsplannen weinig sturend voor het handelen van de leraren (indicator 8.3). Tot slot maken de leraren wisselend notities over de wijze waarop ze gewerkt hebben met zorgleerlingen (indicator 8.3); dit levert momenteel nog te weinig bruikbare informatie op voor de evaluaties.
Kwaliteitszorg
Op één na alle indicatoren van de kwaliteitszorg zijn als voldoende beoordeeld. De school kent haar leerlingenpopulatie en maakt op grond daarvan keuzes voor de inrichting van het onderwijsleerproces. In het nieuwe schoolplan wil ze deze keuzes vastleggen. Zowel de opbrengsten als andere onderdelen van het onderwijsleerproces worden regelmatig in het team geëvalueerd; ook lesobservaties maken deel uit van deze evaluaties. De school pakt verbeterpunten planmatig aan en zorgt, onder meer via haar vademecum, voor het borgen van gemaakte afspraken. Deze plannen en de behaalde resultaten communiceert ze systematisch naar ouders en andere belanghebbenden. Verbetering is nodig voor het onderdeel burgerschap (indicator 9.7). De school heeft geen duidelijke visie op burgerschapsonderwijs en geen samenhangend aanbod en doelen uitgelijnd. In haar jaarplan heeft de school dit onderwerp geagendeerd.
Het volledige rapport kunt u hier downloaden